
![]() |
HISTORIEK |
|
Toen de Nederlandse koopman Jan Van Riebeeck in 1652 de eerste Europese kolonie
stichtte in Zuid-Afrika - de Kaapkolonie - had hij een "Bullenbijter" meegebracht. Deze hond was van een groot en sterk ras dat
deed denken aan de Mastiff. Verschillende andere kolonisten hadden ook van deze honden meegebracht. Na verloop van jaren bleken enkel de sterksten van deze dieren te kunnen overleven in dit nieuwe, onontgonnen land. Zij vormen een eerste belangrijke schakel in het onstaan van de Boerboel. ![]() De Bullmastiff Met de komst van de Britse "Setlaars" in 1820 werd de Bulldog en een Mastiff type hond samengebracht. De zo ontstane Bullmastiff werd in 1928 voor het eerst door de Beers - een consortium van diamantbedrijven - naar Zuid-Afrika ingevoerd om de diamantmijnen te bewaken. Het is ook bekend dat via de Beers in 1938 een kampioenreu werd ingevoerd. Deze "imigratie"-honden hebben samen met de honden die de kolonisten bij de Hottentotten gekregen hadden een rol gespeeld in het onstaan van de Boerboel. Volgens de overlevering zijn deze honden na de "Anglo-Boere-oorlog" in 1902 gekruist met de Engelse langbeen Bulldog, en eind jaren '40 - begin jaren '50 met de Bullmastiff. Deze geschiedenis was vooral bekend onder de boeren van Noord-Oost Vrijstaat, Noord-Natal en in delen van Transvaal. Uiteindelijk kan men de geschiedenis van de Boerboel als volgt samenvatten: De Boerboel is geteeld uit grote, sterke honden met goede eigenschappen.
De Zuid-Afrikaanse voorvaderen hebben deze honden gehouden als oppasser, kindervriend,
waakhond en beschermer, omdat hij voor geen enkel gevaar zal terugdeinzen.
In 1983 werd de SABT gesticht (Zuid-Afrikaanse Boerboeltelers Vereniging) en is er een
rasstandaard opgesteld. Momenteel zijn er jaarlijks keuringen in diverse Europese landen. Honden vanaf 9 maanden kunnen
aangeboden worden voor keuring en wanneer zij 80% of meer behalen, worden zij als kampioen beschouwd.
|


De Boerboel is geteeld uit grote, sterke honden met goede eigenschappen.



